Hein Vanhaezebrouck: Strateeg én Meestertacticus?

“Ik sta voor de moeilijkste opdracht in mijn carrière.” Hein Vanhaezebrouck klinkt bezorgd na de Europese nederlaag tegen het Slowaakse Spartak Trnava. De volgende weken zal zijn tactisch inzicht op de proef gesteld worden. En zijn standvastigheid. Want zal hij ook aan zijn voetbalvisie beginnen sleutelen? Een rondleiding in de bovenkamer van de coach van Royal Sporting Club Anderlecht.

Deze nederlaag komt hard aan. De reacties spreken voor zich. Voor het eerst dit seizoen wordt Hein Vanhaezebrouck 90 minuten teleurgesteld door zijn groep: “In vergelijking met Genk plaatste ik andere spelers achter de spitsen, maar we creëerden niet eens evenveel kansen. Als ze een beetje gaan lopen waar ze denken dat het beste is voor hen…”

Afgelopen zaterdag had Vanhaezebrouck zich nog tevreden getoond met de prestatie van zijn groep, ondanks de nederlaag tegen Genk. Deze verschillende reacties op een nederlaag, geven al een eerste inkijkje in de coach Vanhaezebrouck. Een coach die pas tevreden is als zijn spelers zijn instructies naleven. Zijn handleiding volgen. Als dat niet het geval is, volgt een bolwassing: “Oké, mijn spitsen zijn wat vermoeid, maar ze moeten ook gedisciplineerd blijven spelen. Tactiek kan het verschil maken.”

En net zijn tactisch vernuft lijkt Hein te zullen moeten aanspreken om naar een oplossing op zoek te gaan: “Ik heb overwogen om met één spits te gaan voetballen, maar zouden we dan met ­Gerkens en Musona genoeg présence hebben in de box? Ik verkoos dan maar om Dimata en Santini te laten staan. Al kan het dat ik straks met spelers ga schuiven.” Andere namen in de basisopstelling droppen. Spelers op een andere positie neerzetten. Of sleutelen aan de formatie. Dat lijken de paden te worden die naar een oplossing moeten leiden.

Want op zijn grote ideeën geeft hij geen duimbreed toe.

STRATEGIE

“Strategie is ongetwijfeld de belangrijkste parameter voor het succes van een voetbalploeg.” In een interview met het Belgische trainersvakblad “Dug-Out” in 2012 licht Hein Vanhaezebrouck zijn werkwijze toe. Op dat moment trainer van KV Kortrijk, maakt hij een belangrijk onderscheid tussen strategie en tactiek.

Een onderscheid dat Vanhaezebrouck deelt met trainers als Pep Guardiola. In het boek “De Val van Oranje” van Pieter Zwart wordt dit verschil verduidelijkt: “Guardiola onderhandelt niet over zijn strategische uitganspunten, maar is flexibel in de tactische toepassing (formaties, type spelers).”

Vanhaezebrouck definieert tactiek als “het vermogen om op het moment zelf in te spelen op onverwachte situaties. Een goede wissel, bepaalde spelers op een andere positie uitspelen.” Maar de strategie van zijn teams vindt hij belangrijker: “Ik heb een visie op voetbal en daar geloof ik in. Als die visie gefundeerd is, komt alles vroeg of laat wel op zijn pootjes terecht. Geef je visie nooit te vroeg op!” Hier is Hein de meesterstrateeg aan het woord.

Als hij erin slaagt om zijn visie goed over te brengen op zijn spelers, kan er tactisch snel geschakeld worden. In een gesprek met het Nederlandse vakblad “De Voetbaltrainer” na het Gentse kampioenenjaar, wordt dit streefdoel duidelijk: “De spelers kunnen nu verschillende systemen aan en ik kan met één of twee trainingen de klemtoon leggen op een variatie in functie van de komende tegenstander.”

Maar hoe geeft Vanhaezebrouck die visie nu vorm en wat zijn zijn strategische uitgangpunten?

OPBOUWEN

“De opbouw, daar ging het mij om.” Hein blikt terug op zijn spelerscarrière. Als centrale verdediger was hij toen al meer bekommerd om de opbouw dan om het pure verdedigen. Geen mandekker, maar vooruitdenker.

Als trainer uit deze voorkeur zich nog meer. Een dominante opbouw van achteruit is een eerste principe in zijn trainershandboek. En om dat mogelijk te maken moet zijn team een zo groot mogelijke ruimte bezetten: “Er is één heilig principe: het veld moet zo breed en zo lang mogelijk worden gemaakt. Zo lang mogelijk heb je niet helemaal in de hand, zo breed mogelijk wel.”

En voor die breedte moeten zijn flankspelers zorgen: “Mijn ideale opbouw verloopt via drie centrale spelers en twee aanvullende flanken. Op die manier komt er normaal gezien altijd één speler vrij. Zijn het niet je centrale spelers die kunnen worden aangespeeld, dan is het één van je flankspelers die, mits een goede trap van je keeper, in balbezit komt, en dit dus al tegen de middellijn!”

“3 centrale spelers”. Sommige mensen zouden hierin de verslaving van Vanhaezebrouck aan 3 centrale verdedigers kunnen lezen, maar dat is niet het geval. Het strategische principe is “opbouwen met 3 centrale spelers”. Dat kan in verschillende tactische opstellingen. Niet alleen 3-4-3 of 3-5-2, maar ook 4-3-3 en 4-2-3-1 zijn systemen die Hein doorheen zijn carrière hanteert.

5 ZONES

Vanhaezebrouck is trouwens helemaal geen fan van het aanduiden van opstellingen met cijfers: “Ik durf stellen dat veldbezetting geen spel van cijfers, maar een spel van ruimtes is. Als coach ga ik niet uit van een bepaalde formatie, maar van de vraag waar de vrije ruimtes liggen.”

En om deze ruimtes te benutten gaat Vanhaezebrouck uit van 5 aanvallende zones: “Je bespeelt de breedte en de diepte van het veld door de gespreide posities van je vijf offensieve spelers: twee vleugelspelers die tegen de zijlijn spelen en drie offensieve spelers die links, centraal en rechts positie kiezen.”

In de wedstrijd tegen Racing Genk bijvoorbeeld zien we deze opdeling in 5 zones geregeld terugkeren.

image
De aanvallende zones zijn duidelijk zichtbaar: de linkerflank, de linkerhalfspace, het centrum, de rechterhalfspace en de rechterflank.

Binnen die 5 zones wordt ook nog een ander principe gebruikt: loop elkaar niet voor de voeten! “Door verschillende spelers in dezelfde zone te brengen, beperk je in feite je speelruimtes en heb je simpelweg minder opties.”

Deze aandacht voor het benutten van zo veel mogelijk ruimte kan een verklaring zijn waarom Vanhaezebrouck regelmatig teruggrijpt naar een systeem met 3 centrale verdedigers. René Maric, assistent-trainer bij Red Bull Salzburg beschrijft de aanvallende voordelen van zo’n systeem: “Aanvallend geeft het systeem je meer flexibiliteit, omdat je meer zones kan bestrijken op het veld en die verschillende zones ook makkelijker kan bereiken.”

CRUIJFF

De nadruk van Vanhaezebrouck op ruimte en hoe ze te bespelen, is niet verrassend als we kijken waar Hein zijn inspiratie haalt: “Internationaal is FC Barcelona de ploeg die mij het meest heeft geïnspireerd, vanaf de periode Cruijff.”

Deze periode, die ook het werk van onder meer Guardiola beïnvloedt, past binnen de voetbalfilosofie van het “positiespel” of “juego de posición”. Deze filosofie is gericht op het creëren van vrije mensen tussen de lijnen. Het doel is om via balbezit de tegenstander uit positie te brengen en dan te profiteren van de vrijgekomen ruimte.

Om dat voor elkaar te krijgen is het onder meer belangrijk dat de spelers goed bewegen ten opzichte van elkaar. Een principe dat we ook bij Vanhaezebrouck zien terugkeren: “Ik hou van het spelen met ruimtes en het functioneel bewegen. Onze spelers moeten werken in functie van elkaar.”

Daarom traint Vanhaezebrouck regelmatig op het herkennen van wedstrijdsituaties om de spelers van daaruit de gewenste loopacties te laten starten: “Het is aan de aanvallende spelers om bepaalde tegenstanders via intelligente, afgesproken loopacties weg te trekken uit positie, zodat de andere spelers die nieuwe vrije ruimte nadien kunnen gaan benutten.”

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

VASTZETTEN

Vanhaezebrouck mag dan voornamelijk proberen de tegenstander te ontregelen via balbezit, ook hij weet: “De bal willen, betekent niet dat je hem altijd hebt.” Om de bal terug te winnen, moet de opbouw van de tegenstander dus zo snel mogelijk verstoord worden: “We proberen onze opponenten zoveel mogelijk het voetballen te beletten. Hierbij ga ik altijd uit van hoog druk zetten.”

Dit past binnen een volgend strategisch principe: “Beperk de mogelijke vrije ruimtes voor de tegenstander via doordachte positionele keuzes!”. Dit begint al bij het vastzetten van de opponent bij een doeltrap: “Wanneer een doelman intrapt, trachten we hem steeds te dwingen om een lange bal te spelen.”

De tactische vertaling van dit principe zien we terug in de wedstrijd tegen Genk. Bij een doeltrap voor Vukovic zetten Dimata en Santini de centrale verdedigers van Genk vast. Gerkens neemt Berge voor zijn rekening en Saelemaekers zet de rechtsachter onder druk. Appiah moet linksachter Nastic in de gaten houden en zich ondertussen klaar houden om, bij een lange bal richting de naar links uitgevallen Samatta, zijn defensie te ondersteunen.

image8

Op deze manier probeert Anderlecht een lange bal uit te lokken. In de “passmap” van twitteraccount @11tegen11 is te zien dat Vukovic inderdaad gedwongen werd tot het trappen van een lange bal en zo de Genkse opbouw van achteruit werd bemoeilijkt.

Schermopname (412)

ZONE 14

Niet alleen zijn voorkeur voor het offensief benutten van zo veel mogelijk ruimte zorgt ervoor dat Hein regelmatig een systeem met 3 centrale verdedigers hanteert. Ook vanuit zijn defensieve overwegingen valt dit systeem te verklaren: “Defensief zit je met drie iets meer centraal. Zelfs in balbezit, dus voor de omschakeling ook.”

Het centrum gesloten houden en daar de tegenstander controleren. De keuze voor 3 centrale verdedigers lijkt daardoor dus mee ingegeven. Dat Hein daar veel belang aan hecht is te merken na de wedstrijd op Club Brugge. In zijn reactie op de magistrale 2-1 van Vanaken wordt het duidelijk: “In onze ‘rode zone’, de ‘danger zone’, kan zomaar één middenvelder inlopen en een tweede middenvelder vinden.”

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Deze “rode zone” is, voor alle duidelijkheid, geen uitvinding van Vanhaezebrouck. Deze “rode zone” wordt ook wel zone 14 genoemd. Als je een voetbalveld opdeelt in 18 vakken, zes in de lengte en drie in de breedte, en dan begint te nummeren van linksonder dan staat de centrale zone net voor het strafschopgebied van de tegenstander voor zone 14.

zones

Het belang van deze zone wordt in “De Voetbaltrainer” beschreven: “Door spelers in zone 14 te bereiken, en van daaruit het zestienmetergebied te bereiken, worden over het algemeen grote kansen gecreëerd.”  Deze zone is natuurlijk een theoretisch concept en wordt in de praktijk vaak vertaald naar de ruimte die tussen de centrale verdedigers en centrale middenvelders ligt.

Tegen Genk zien we opnieuw de aandacht voor deze zone terugkeren bij Anderlecht. Al loopt het ook in de Luminus Arena niet altijd even goed. Een grote kans voor Genk ontstaat, nadat die zone wordt open gelaten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

VRAAGTEKENS

Na de feestberichten van de eerste weken, lijken nu de eerste vraagtekens te komen rond Anderlecht. Vraagtekens die Vanhaezebrouck eerst nog oploste door te focussen op de positieve zaken die zijn spelers deden – “een goed halfuur tegen Antwerp, de beste wedstrijd van het seizoen tegen Genk.”

Maar na de wedstrijd tegen Trnava is de kar gekeerd. Er wacht Hein een grote opdracht – “de moeilijkste opdracht uit zijn carrière.”. Het voorbehoud dat hij nog had na de toppers in de Jupiler Pro League, heeft plaats gemaakt voor twijfel. Maar waar twijfelt hij aan?

De roep van sommige fans om zijn 3-mansdefensie te laten vallen, lijkt hij niet te zullen beantwoorden. De voornaamste kwaliteiten van zijn team liggen – in het begin van dit seizoen – voornamelijk op de flanken met Saelemaekers, Najar, Amuzu en Saief. Om die flanken offensief te kunnen blijven bespelen, zal een 3-mansverdediging dus waarschijnlijk de eerste optie blijven.

Een omzetting naar een systeem met 3 pure middenvelders, zoals Club Brugge, past ook niet meteen in de voetbalfilosofie van Vanhaezebrouck: “Een systeem met 3 verdedigers eist twee centrale middenvelders: jongens die zich gedisciplineerd aan hun taak houden. Met twee flankmiddenvelders en drie aanvallers lopen meestal vijf mensen voor de bal, als je daar bovenop nog iemand meestuurt, sta je een beetje in je hemd bij balverlies.”

De kritiek na Trnava richtte Vanhaezebrouck dan ook vooral op het aanvallende compartiment van zijn elftal. Dimata én Santini kunnen niet beantwoorden aan de loopacties die Hein continu vraagt. Zoals hij zelf al aangaf, kunnen de eerste wijzigingen daar verwacht worden.

De twijfel bij Vanhaezebrouck lijkt dus vooral te bestaan rond de tactische invulling van het spelsysteem. Aan zijn visie zelf wordt – nog – niet geraakt.

Want dan zou hij de eerste regel van zijn strategie met de voeten treden:

“Geef je visie nooit te vroeg op!”


Een reactie op “Hein Vanhaezebrouck: Strateeg én Meestertacticus?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s